De wet van de Tien Geboden zoals beschreven in de Bijbelboeken Exodus 20 en Deuteronomium 5
Het eerste gebod
Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
Het tweede gebod
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, noch van hetgeen dat onder op de aarde is, noch van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverig (jaloers) God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen die Mij haten; en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.
Het derde gebod
Gij zult de Naam des HEEREN, uws Gods niet ijdel gebruiken. Want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdel gebruikt.
Het vierde gebod
Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat des HEEREN, uws Gods. Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daar in is, en Hij rustte ten zevende dage; daarom zegende de HEERE de sabbatdag en heiligde dezelve.
- Vorige
- Volgende >>